Balinees , Siamees en Oosterse rassen

Hoe is het ras ontstaan

 

ONTSTAANSGESCHIEDENIS

 

In Thailand (het vroegere Siam) kwamen in de 14e eeuw al Siamezen voor en eind 19e eeuw hebben Britten voor het eerst deze katten meegenomen naar Europa.

Vervolgens werden rond 1950 Siamezen met o.a. huiskatten en Abessijnen gekruist en hieruit ontstond een nieuw ras: de Oosters Korthaar.

Rond diezelfde tijd werden er in de Verenigde Staten in een nestje Siamezen kittens met langer haar geboren, die aanvankelijk langharige Siamees genoemd werden, maar later is de naam veranderd in Balinees.

Door tenslotte Oosters Kortharen en Balinezen te kruisen ontstond in de jaren 70 de Oosters Halflanghaar, waarvan de naam verschilt bij de verschillende kattenverenigingen: Bij de Fife en Mundikat noemt men deze kat Javanees; bij de G.C.C.F. Angora en bij de onafhankelijke katten verenigingen meestal Mandarin of Oosters Halflanghaar.

Oosters Kortharen en Siamezen mogen in Nederland onderling gekruist worden, evenals Balinezen en Oosters Halflangharen.

Tevens mogen Balinezen en Oosters Halflangharen met Siamezen en Oosters Kortharen gekruist worden om het type van de halflangharen te verbeteren. Uit deze combinaties worden kittens geboren die er uit zien als een korthaar (de z.g.n. Siamees en Oosters Korthaar varianten), maar door deze varianten te kruisen met halflangharen kunnen er weer halflangharen geboren worden. Deze varianten mogen niet voor de korthaar fok gebruikt worden.

 

UITERLIJK

 

Deze katten hebben allemaal een oosterse lichaambouw, met een gespierd, lang, buisvormig lichaam.

Net als bij de wilde katachtige zijn de achterpoten langer dan de voorpoten.

De staart is lang, bij de Siamees en Oosters korthaar dun en zweepvormig, bij de Balinees en Oosters halflanghaar een schitterende pluimstaart.

De kop is wigvormig en heeft in het ideale geval de vorm van een driehoek.

De neus moet lang en recht zijn en bij voorkeur met een Romaans profiel.

De ogen moeten amandelvormig zijn en schuingeplaatst.

De kleur van de ogen bij Oosters korthaar en halflanghaar moet smaragdgroen zijn.

De kleur van de ogen bij Siamees en Balinees daarentegen moet donkerblauw zijn.

De vacht van de Oosters korthaar is volledig gekleurd, dus zonder “points”, terwijl de Siamees en Balinees een lichtgekleurde vacht hebben met points (= aftekening in een donkerder kleur dan de rest van de vacht op kop, oren, poten en staart).

De vacht behoort bij allen zijdezacht te zijn en met weinig ondervacht. Bij de Siamees en Oosters korthaar kort en fijn van structuur en bij de Balinees en Oosters halflanghaar halflange beharing, die glad langs het lichaam ligt.

De vacht vraagt zo goed als geen onderhoud. In de ruiperiode zijn bij de kortharen de haren goed te verwijderen door ze met een vochtige zeem of vochtige handen te aaien.

De halflangharen kun je af en toe borstelen, maar het is niet noodzakelijk want er komen geen klitten in de vacht. Ook hoeven deze katten in principe niet gewassen te worden.

 

KARAKTER

 

Deze katten hebben een uitgesproken karakter: levendig, eigenzinnig en erg aanhankelijk. Ze zijn speels en blijven dat tot op hoge leeftijd. Ze zijn ook altijd duidelijk aanwezig en laten dat ook horen, want ze zijn zeer spraakzaam en hebben een luide stem.

Verder zijn ze heel sociaal en kunnen het over het algemeen goed vinden met andere katten, honden en kinderen.

Doordat ze erg op mensen gericht zijn kun je ze makkelijk dingen aanleren, zoals aan een tuigje lopen en propjes apporteren.

Je kunt deze katten niet lang alleen laten, want ze hebben veel aandacht nodig en zullen zich erg eenzaam voelen als ze alleen thuis zitten, daarom is het verstandig ervoor te zorgen dat ze in ieder geval een andere kat als gezelschap hebben voor de uren dat ze alleen thuis zijn.

Share Button